Speech Conservatief StudentenOverleg (CSO)

Gepubliceerd op 22 december 2025 om 08:00

Nederland. Een klein land, maar groots van geest. Een land waar de horizon laag hangt, maar waar de ambities altijd hoog reiken. Wij staan in de top van de ranglijsten: de World Happiness Index, de Global Innovation Ranking, de Rule of Law Index, de ranglijsten voor onderwijs, infrastructuur, concurrentiekracht. Wij, Nederlanders, wonen in één van de best functionerende landen ter wereld. En toch… klagen wij. En wanneer ik vrienden uit andere landen vertel dat ik soms mijn zorgen heb over dit landje aan de Noordzee, kijken ze mij aan alsof ik gek geworden ben. Maar ik kan je verzekeren ons democratische systeem staat onder druk.

 

De macht verschuift

Eeuwen geleden legde Thorbecke de fundamenten voor onze parlementaire democratie. Een systeem dat kracht putte uit spreiding van macht: nationaal, regionaal, lokaal. Iedere laag autonoom, en juist daardoor sterk. Echter, al meer dan vijfentwintig jaar zien we een verschuiving. De macht vloeit weg van het volk en verzamelt zich in de grote instituties: media, ambtenaren, universiteiten. Het volk verliest invloed, terwijl een steeds kleinere groep het stuur vasthoudt.

Het begint met kleine scheurtjes in onze Westerse hoekstenen: het verdwijnen van referenda, de inperking van het vrije woord en een dalende positie op de Academic Freedom Index. Maar deze ontwikkelingen groeien snel uit tot grote bedreigingen voor ons bestaan. Ze creëren een vrij baan voor ongeremde migratie en de islamisering van onze cultuur. Deze twee ontwikkelingen tasten onze sociale en morele infrastructuur aan, precies in lijn met de ideeën van de geestelijke erfgenamen Freud, Foucault en Marx. Waar zij de instituties als inherent onderdrukkend zagen, bevinden hun navolgers zich nu juist binnen die instituties, waar zij de democratie ondergraven in naam van individuele bevrijding en de overtuiging dat God dood is. De instituties als de weg naar macht omdat het Marxisme geen weg kon vinden via de meerderheid.

“Democratie sterft niet in één klap, maar in een reeks zachte overgaven.” De macht is dan ook zacht verschoven naar minder zichtbare handen. Op tragische wijze werd dit zichtbaar in 2002. Toen Pim Fortuyn werd vermoord. Niet alleen door zijn moordenaar, maar vooraf al door de publieke arena die hem verketterde. Hij werd niet tegengesproken, maar vergiftigd door demonisering. Niet bestreden, maar besmeurd. Het resultaat: een taart met poep in zijn gezicht, dreigbrieven, bombrieven, geweld. En uiteindelijk, precies zoals hij zelf voorspelde: zijn dood. Het eerste duidelijke slachtoffer van instituties die zich moreel superieur waanden. Het was geen debat; het was karaktermoord. De media als controleur van de politiek, bleek een gekaapt instituut.

Maar, zoals Ortega schreef: “Wanneer de elite haar band met het volk verliest, keert het volk zich tot nieuwe leiders.” En zo geschiedde. De nieuwe partijen: PVV, BBB, JA21, FVD waren geen stormrammen, maar een symptoom. Zij vulden de leegte die de instituties zelf hadden gecreëerd. De leegte die ooit de stem van het volk was. De instituties, geconfronteerd met deze nieuwe realiteit, slaan nu in alle richtingen om zich heen.

Temidden van dit alles zien we een bastion dat de instituties vult: de universiteiten. Daar, waar de maatschappelijke koers van morgen al wordt voorbereid en de mensen met Marxistische ideeën worden gevormd. Zoals Roger Scruton schreef: “Wanneer ideologie het denken binnendringt, sterft de waarheid als eerste.” Drie jaar geleden zijn wij daarom begonnen aan een strijd binnen de universiteiten. Niet om een ideologie op te leggen, maar om de onafhankelijkheid van het instituut te herstellen en intellectuele diversiteit te verzekeren.

En wat vonden wij in de bestuurskamers? Besturen die als echo’s van elkaar klinken, bijna geheel afkomstig uit dezelfde politieke progressieve partijen. Is het dan vreemd dat hun agenda zich in strategische plannen en beleidsstukken nestelt? Binnen deze onderwijs en onderzoekvisies waren twee kernwaarden altijd leidend: onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Maar verantwoordelijkheid is in het nu vertaald naar “maatschappelijke verantwoordelijkheid”, waarbij universiteiten niet langer kenniscentra zijn, maar zelfbenoemde wereldverbeteraars.

De openingszin van het strategisch plan luidt dan ook als volgt: “De universiteit wil bijdragen aan een betere wereld.” Een prachtige zin. Maar ook misleidend. Want de taak van de universiteit is niet het redden van de wereld, maar het begrijpen ervan. De universiteit moet kennis produceren: onafhankelijk, kritisch, gedreven door nieuwsgierigheid, niet door ideologisch activisme. Op deze manier transformeert ze onmiskenbaar tot een NGO met collegezalen die de weg vrij maken voor morele kruistochten. Dit is wat je nu al in beleid ziet: intersectionaliteitsvlaggen, SDG-doelstellingen, onderzoeksthema’s die vooraf ideologisch zijn bepaald, dekolonisatie, het weren van sprekers met een afwijkende mening, zelfcensuur, agressieve bezettingen, antisemitisme etc. Studenten krijgen geen ander geluid meer te horen of te zien. Het afwijkende wordt niet tegengesproken, maar verbannen. En het progressieve wereldbeeld wordt aangeboden als de enige waarheid.

En dus zien we: Onderzoek dat nauwelijks nog lokale thema’s raakt. Nederlandse taal die uit het hoger onderwijs verdwijnt. Internationale studenten die voorrang krijgen op onze eigen studenten. Selectie die gebaseerd is op demografie in plaats van meritocratie.

Universiteiten zijn altijd de voorhoede van de samenleving geweest. Daarom moet juist hier het herstel beginnen. Juist hier moeten we de vrijheid terugbrengen, de onafhankelijkheid herwinnen, de nieuwsgierigheid koesteren. Want, op deze academische grond, begon ooit de carrière van Fortuyn. Hier klonken de eerste waarschuwingen. En hier zal, de wedergeboorte van het vrije denken plaatsvinden en een herwaardering van onze democratie starten. 

Wij zullen degenen zijn die de moderniteitsgolf van individualisme en consumentisme keren, terug naar geloof in het hogere, naar een gezamenlijk goed en kwaad, naar gedeelde normen en waarden. Wij zullen samen staan. Wij zullen samen geloven. Ik ben er klaar voor. At your service. Lieve mensen de vergadering is geopend.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.