Tijdens de besluitvorming van maandag 8 december stelde ik de volgende vraag over de bezetting aan de Drift: Demonstreren is een belangrijk recht, maar zelfs nu de oorlog ten einde is in Gaza, 3300 km verderop, de UU met ze in gesprek wilt en haar oren al heeft laten hangen voor veel van de eisen, zien de relschoppers toch weer een reden om een gebouw te bezetten, met alle agressie die daarbij komt kijken. Ik zal eens kort een lijstje opnoemen:
Pers wordt fel geweerd, demonstranten bedekken hun gezicht, verkleden zich als Hamas-terroristen, studenten worden geïntimideerd om niet met politie of pers te praten, antisemitische stickers en posters worden verspreid (zie deze voorbeelden), beveiligers worden tegengehouden, studenten worden verplicht een A4 met beweegredenen te lezen, de bibliotheek is omgevormd tot pro-Gaza-propagandaruimte, opnieuw is universiteitseigendom beschadigd (ditmaal de drankautomaat), en het belangrijkst: studenten en medewerkers kunnen niet in vrijheid hun leven leiden.
Deze relschoppers hebben zichzelf ook tijdens de Open Dag uitgenodigd. Bent u het met mij eens dat dit potentiële studenten, vooral Joodse studenten, kan afschrikken en allerminst een inclusief warm welkom is? Acht u het niet tijd voor strengere maatregelen (denk aan schorsingen), hardere veroordelingen of meer cameratoezicht? Maar ook aangifte is belangrijk, zie kamerbrief 175 en het rapport Strategy to Combat Antisemitism. Heeft de UU zoals aangegeven in de kamerbrief van 10 november van Minister Moes aangifte gedaan van de bezetting in oktober? En gaat zij, gezien het wederom om vernielingen gaat, het verplaatsen van 52 onderwijsactiviteiten en circa 1300 studenten die geraakt zijn, ook aangifte doen van deze bezetting? Voorzitter, ik ben dit gedrag meer dan zat. We moeten ook de mensen beschermen die niet zo hard schreeuwen.
Reactie plaatsen
Reacties